|
4 maart 2012 - Stefan Brijs
Stefan Brijs (Genk, Belgisch-Limburg, 1969) woonde jarenlang in zijn geboorteplaats en ging daar ook naar school. In 1990 studeerde hij af als onderwijzer en begon als opvoeder aan zijn vroegere middelbare school, het Sint-Jozefinstituut in Bokrijk, Genk te werken.
Sinds 1997 schrijft Stefan Brijs romans, essays, artikelen en recensies voor onder meer de boekenbijlagen van De Morgen en De Standaard. Begin 2003 verruilde hij Genk voor Koningshooikt, een deelgemeente van Lier. Stefan Brijs debuteerde in 1997 met De verwording een magischrealistische roman. Na zijn debuut zwierf Brijs over Vlaamse begraafplaatsen, op zoek naar de resten van zijn literaire voorgangers, onder wie Gustaaf Vermeersch, Richard Minne, Maurice Gilliams en Karel van de Woestijne. Zijn queesten beschreef hij in Kruistochten, dat in 1998 verscheen. Deze essays kregen een vervolg in de De vergeethoek, een serie literaire portretten van vergeten Vlaamse schrijvers.
In 2000 verscheen Arend, een roman over een misvormde jongen die op zoek is naar zichzelf, begrip en liefde en hij droomt ervan om ooit te kunnen vliegen. In de zomer van 2001 was er de publicatie van Villa Keetje Tippel, die veel stof deed opwaaien. In deze monografie wordt de geschiedenis verteld van de schrijfster Neel Doff en haar (intussen totaal vervallen) villa in Genk, die zij van 1908 tot 1939 elke zomer betrok en die haar inspireerde tot verscheidene werken. In de winter van 2001 verscheen Twee levens, een kerstnovelle. Zijn roman De engelenmaker, uit oktober 2005, waarvan de vertaalrechten intussen zijn verkocht aan Duitsland, Engeland, Griekenland en Italië zorgde voor zijn doorbraak. In oktober 2006 verscheen Korrels in Gods grote zandbak, een essaybundel over de schrijvers van Turnhout, onder wie Renier Snieders, Eugeen Edward Stroobant, Jozef Simons en Ward Hermans.
Dit boek schreef Stefan Brijs in opdracht van de stad Turnhout en het Cultuurcentum De Warande. Zijn nieuwe roman Post voor mevrouw Bromley begint als een dickensiaans verhaal in de achterbuurten van Londen aan het begin van de twintigste eeuw, maar groeit uit tot een modern drama over de onzinnigheid van de allesvernietigende strijd aan het westfront. Een aangrijpende roman over ouders en kinderen in tijden van oorlog, over jongens die helden willen worden, over openlijk gemis en stiekeme verlangens, over moed en lafheid. Een verhaal waarin veel wordt gezegd maar nog meer verzwegen.
Gemeenschapshuis Kerkeböske
Aan de Koeberg 3
5988 NE Helden
077 3079969
Toegang € 10,00
|